Hákarl of kæstur hákarl is een gerecht uit IJsland en betekent zoiets als gerijpte haai. Hákarl (spreek uit als haukatl) is de IJslandse benaming voor de Groenlandse haai, en kæstur hákarl is Groenlandse haai die voor menselijke consumptie geschikt is gemaakt. De IJslanders spreken gemakshalve gewoon van hákarl. Hákarl heeft een zeer dominante, sterke en penetrante ammoniageur en is wel wat vergelijkbaar met schoonmaakmiddelen of met bepaalde sterk ruikende kaassoorten. Deze geur is zodanig van aard, dat vele IJslanders, en ook buitenlanders, niet in staat zijn om een stukje hákarl te eten. De smaak is minder erg dan de geur doet vermoeden, en degenen die eraan gewend zijn beschouwen hákarl als een delicatesse; dit verschijnsel wordt vaak als verworven smaak aangeduid. Het wordt meestal in kleine blokjes gesneden, en gestoken aan een cocktailprikkertje geserveerd Het IJslandse werkwoord að kæsa betekent in de grond begraven en fermenteren, vandaar kæstur hákarl. De Groenlandse haai heeft geen nieren, en de haai kan bepaalde stofwisselingsproducten, zoals ureum en trimethylamine N-oxide, niet uitscheiden en slaat deze stoffen in het lichaam op. Verse Groenlandse haai is voor de mens giftig omdat het blubberachtige vlees zeer hoge concentraties van dergelijke afvalstoffen bevat. Om eetbaar te zijn moet het vlees eerst op een speciale manier behandeld worden, en wel door het onder de grond te laten besterven. Daardoor worden de opgeslagen afvalstoffen afgebroken, en voor een groot gedeelte in ammonia omgezet.